De Bewoners

Op 26 april 1798 wordt te Durgerdam Jan Jacobus van Rhijn geboren. Hij bekwaamt zich in het vak van molenaar, trouwt te Durgerdam met Margaretha Pander en gaat in 1821 als molenaarsknecht wonen in Lisse. In 1829 wordt er een zoon geboren die zij naar de vader Jan Jacobus noemen. In 1834 vertrekt het gezin naar Leiden en vestigt het zich aan het Noordeinde 37. Jan Jacobus is dan in Leiden molenaarsknecht. In Leiden krijgt het echtpaar er nog twee dochters bij waarvan er een jong overlijdt.
In het voorjaar van 1845 wendt Van Rhijn zich tot de Gouverneur des Konings met het verzoek in Sassenheim een korenmolen te mogen stichten. Hij wil daar voor van de heer Gijsbert Jan Anne Adolph Baron van Pallant, wonende te Haarlem, grond kopen. Het perceel is te Sassenheim kadestraal geregistreerd als sectie B, nummer115 en ligt aan het zogeheten buitenwater dat uitmondt in de zandsloot. Dit is het terrein waar tegenwoordige molenonderkant staat.
Op 3 juli 1846 komt de toestemming voor een windkorenmolen te bouwen. Op 19 september 1846 wordt de grond aankoop per notariële acte geregeld. Jan Jacobus van Rhijn neemt direct een molenbouwer in de arm en sluit voor de aanneemsom twee hypotheken af. Een van duizend gulden geleend van Leendert Oudshoorn te Voorburg en een van vijf duizend gulden geleend van Pieter Samwel uit Leiden. De zes duizend gulden kostende molen wordt door Pieter Samwel in 1847 opgeleverd. Vermoedelijk is hij ook de bouwer. Daar alle molens een naam hebben noemt Jan Jacobus van Rhijn de molen “De Nijverheid”. Daarop vestigt hij zich in de molen van Sassenheim.
Het is een forse koren-en pelmolen. Het pellen heeft betrekking op gerst. Gepelde gerst of gort was destijds een volksvoedsel en erg in trek. Gort wordt in de 20ste eeuw vervangen door rijst.
Op 6 oktober 1848 tekent Jan Jacobus van Rhijn een volmacht waarmee de schuldeisers de molen per opbod en afslag openbaar kunnen verkopen.

De verkoop van de molen gebeurt op 7 december 1848. De hoogste bieder is Albertus Petrus Papot voor 5.600 gulden. Papot blijkt te handelen in opdracht van Pieter Samwel te Leiden, degene die de molen gebouwd en dus nu de nieuwe eigenaar van de molen wordt.
Samwel zet een molenaar uit Leiden op de molen. Het is Theodorus van den Bergh geboren in 1816 te Schoonhoven. Hij was getrouwd in 1843 met de 23-jarige Catharina van Buggen. Met zijn vrouw en drie kinderen en een Sassenheimse knecht Jacob Jan de Haas vestigt hij zich begin 1848 in de molen. Ook Van de Bergh redt het niet op de molen. Op 7 november 1850 wordt de molen verkocht aan Pieter Kuyk, korenmolenaar te Lisse. Dit is dezelfde man die in 1846 Molenaar van Rhijn verhindert om een korenmolen in Sassenheim te stichten. Samwel verkoopt de molen voor 4.500 gulden. Pieter kuyk is echter eveneens maar kort eigenaar van de molen. Al na acht maanden verkoopt Kuyk op 8 juli 1851 de molen aan Hendrik Knoop voor de somma van 5.000 gulden.

De Nieuwe eigenaar Hendrik Knoop geboren op 23 november 1802 te Rotterdam trouwt op 16 januari 1806 met Trijntje Hulscher. Deze molenaar was eerst molenaar te Schiedam waar 4 kinderen werden geboren. Daarna was hij molenaar te Heemstede. Daar kreeg het molenaar gezin nog 4 kinderen. Het gezin plus een opgenomen kind Dirk Bezemer vestigt zich in juli 1851 op de molen. Het gaat Hendrik Knoop in Sassenheim voor de wind. Met zijn zoon Hermanus heeft vader Hendrik een prima molenaar in huis. De zoon was tot 1851 molenaarsknecht op de molen in Bleiswijk. Vader Knoop is kennelijk een vaardig molenaar en wordt de molen in korte tijd zeer bekend als de molen van Knoop.
Op 3 augustus 1857 doet vader Knoop voor 9000 gulden de molen over aan zijn zoon Hermanus.
In dat zelfde jaar trouwt Hermanus met de 25-jarige Alida Petronella Molenaar uit Noordwijkerhout.
Dit gezin krijgen twee dochters. Het is een gaan en komen op de molen want tussen 1857 en 1861 zijn er 8 molenaarsknechten en drie dienstbodes op de molen.
Over de jaren 1862 – 1869 ontbreken de gegevens bij de burgerlijke stand. Hoogstwaarschijnlijk zijn deze door brand verloren gegaan.

In 1868 maakt Knoop bekend dat hij de molen wil verkopen. Op Knoop's bekendmaking komt een aspirant-koper af. Het is de in Poortugaal (bij Rotterdam) gevestigde molenaar Cornelis Johannes Speelman (zie foto), geboren te Pernis op 3 april 1831. Hij besluit tot koop van “een stenen koren- en pelmolen met de daarbij behorende huizing en wagenhuis genaamd de Nijverheid, benevens enig boerenland alles staande en gelegen nabij de zandsloot in de gemeente Sassenheim aan het buitenwater”.
De koopsom is 11.000 gulden en dat is bijna het dubbele van de oorspronkelijke bouwsom.
Molenaar Speelman is getrouwd met Francina de Vermaat, een weduwe met drie nog jonge dochters.

De Molen van Sassenheim compleet

© 2005-2012 Alle rechten voorbehouden: Stichting "De Molen van Sassenheim"
Disclaimer